Hongaren houden van ijs, Serviërs van grasmaaien

In vrijwel ieder gehucht of dorp in Hongarije vind je wel een ijssalon. Als het gehucht groot genoeg is zijn er zelfs meerdere. Behalve ijs verkopen ze ook vaak gebak en dat ziet er werkelijk fantastisch uit. Onze nationale topproducten; de tompoes en de moorkop zijn daarbij uiterst primitief in vergelijking. Serviërs houden ook van ijs, maar ze houden meer van grasmaaien. Vooral in Noord Servië liggen de huizen in de dorpen op enige afstand van hoofdweg. Er zijn geen voortuinen, maar er is wel een soort van groenstrook die zeer nauwgezet wordt gemaaid. Vrijwel overal zie je in de dorpen tweedehands grasmaaiers die wachten op een nieuwe eigenaar. In het zuiden is dat veel minder; de dorpen worden steeds rommeliger, maar het grasmaaien is er nog steeds populair. Hoewel langzaam begint de aard van het land te veranderen.

Van Belgrado naar Sofia

Iets ten noorden van Belgrado ligt een kleine camping en daar heb ik een paar dagen gestaan; vooral om te genieten van het mooie weer. De stad heb ik ook bezocht, maar deze kon mij weinig bekoren. Vooral het Novi Beograd maakte een erg deprimerende en sombere indruk op mij met grauwe flats die zijn opgetrokken vlak na de Tweede Wereldoorlog. In het oude centrum waren veel fraaie gebouwen, maar deze waren erg vervallen en vrijwel allemaal zwart van de uitlaatgassen. De citadel was het enige waar ik enigszins enthousiast over kon worden. Ik heb de stad dan ook vrij snel weer verlaten.

IMG_1661
Belgrado
IMG_1665.JPG
De citadel in Belgrado

De volgende ochtend moest ik met de fiets door deze stad en ik zag daar behoorlijk tegenop. Gelukkig stond op de camping een Oostenrijker die mij adviseerde om na enkele kilometers over de hoofdweg linksaf te slaan en door een woonwijk verder te fietsen. Via deze woonwijk kwam ik bij een soort van boulevard, met een keurig fietspad en bereikte ik zonder kleerscheuren het centrum. De stad uit was wel weer een hoop gedoe en leverde strijd op met auto’s, taxi’s en stadsbussen, maar uiteindelijk kon ik Belgrado achter me laten.

IMG_1671
Op weg naar het centrum van Belgrado

Mijn route volgde in eerste instantie nog de Donau, maar in Smerenevo zou ik die definitief achter me laten. Dat was toch een beetje een raar moment. Vanaf Katwijk in het begin waren de Rijn, de Main en later de Donau steeds mijn leidraad geweest en nu moest ik het zonder deze constante doen. Het routeboekje dat ik gebruikte had ik in noord Servië al achtergelaten. Nadat ik in mijn hoofd de knop had omgezet kon ik genieten van de weg naar Jagodina. Ik volgde in grote lijnen een route die door een andere fietser op internet was geplaatst, maar hij hield iets te veel van heuvels en daarom koos ik hier en daar voor vlakkere alternatieven.

Autoput

De weg naar Nis in Zuid Servië liep min of meer parallel aan de roemruchte Autoput. Die weg heb in de jaren tachtig enkele malen gereden, toen het nog geen vierbaans snelweg was zoals tegenwoordig en Servië nog onderdeel was van Joegoslavië. Die weg had toentertijd terecht de bijnaam ‘dodenweg’. Vanaf Zagreb tot Nis reed je in file over de hoofdweg van Europa naar Turkije. De weg was verstopt met auto’s van Turken die op vakantie naar Turkije gingen met enorme hoeveelheden bagage bovenop hun voertuig. De parkeerplaatsen leken op vuilnisbelten en de stank daar was onbeschrijfelijk. Het wegdek was verschrikkelijk en bestond vooral uit gaten en scheuren (vaak overdwars) en enkele decimeters wijd. Daardoor was het vrijwel onmogelijk om door te rijden. Sommigen ging dat te langzaam en dus vonden vele inhaalmanoeuvres plaats die zorgden voor heel veel ongelukken. Naast de weg lagen tientallen autowrakken die daarvan getuigden. Bij Nis aangekomen moest een keuze worden gemaakt; of rechtsaf richting Griekenland, of linksaf via Bulgarije naar Turkije. Voor Bulgarije kon je in die tijd een transitvisum krijgen dat je 12 uur de tijd gaf om het land door te steken. De afstand was slechts 300 km, dus dat leek niet zo’n probleem, maar in de praktijk was het nauwelijks voldoende om de Turkse grens te bereiken.

Alf en Dom

Tijdens een pauze die ik nam tijdens een lange klim richting Nis kwamen twee fietsers langs met rugzakken achterop hun bagagedrager. Ze stopten en we maakten een praatje. De twee mannen, Alfred en Dominic waren op weg naar China. Ze waren hun tocht begonnen in Leicester met de bedoeling hun bestemming te voet te bereiken. Nadat ze de Alpen waren overgestoken waren ze het trage tempo beu en van een kerk in Milaan kregen ze twee fietsen. Nadat ze driekwart van hun bagage hadden gedumpt vervolgden ze hun tocht op de fiets. We besloten voorlopig om samen verder te fietsen en dat bevalt tot nu toe erg goed. Zij hebben veel minder bagage, maar mijn fiets is van betere kwaliteit en we houden elkaar redelijk in evenwicht. Alleen tijdens het klimmen is duidelijk dat zij veel sneller zijn.

IMG_1701.JPG
Alf en Dom op weg naar een van de vele tunnels

Van Nis is het nog ongeveer 100 km naar de Bulgaarse grens. Onze route volgde dezelfde weg die ik in 1983 met mijn ouders en Alanda reed toen we op weg waren naar Turkije. Het is een prachtige route. Niet dat ik me iets herinner van de omgeving, want tijdens die tocht kostte het autorijden veel concentratie. De weg voert ook door enkele tunnels en dat zijn enge momenten. De tunnels zijn niet verlicht en er wordt af en toe door mede weggebruikers erg hard gereden.

Van Pirot naar Sofia konden we de eerste 25 km fietsen op een compleet nieuwe snelweg, die echter nog niet in gebruik was genomen. Met z’n drieën naast elkaar was dit een zeer ontspannen stuk. Dat veranderde na de grens toen we weer op de hoofdweg moesten rijden en constant werden ingehaald door vrachtwagens op weg naar Turkije. Vooral de eerste 20 km waren erg stressvol omdat er voortdurend geklommen moest worden wat de stabiliteit van de fiets er niet beter op maakt. Bij Dragoman besloten we te pauzeren en dit was onze eerste kennismaking met een Bulgaarse stad. Misschien omdat het regende, maar Dragoman maakte een uiterst deprimerende indruk op mij. Het centrale plein ademde een Sovjet sfeer en hoewel er een wafelbakker stond met een kraampje om enig vertier te verzorgen was het allemaal erg somber.

IMG_1717[1].JPG
De Bulgaarse grens, geen stempel helaas
De laatste kilometers naar Sofia waren vergelijkbaar met een achtbaan. We kwamen aan tijdens het spitsuur en raakten in gevecht met het overige verkeer over een zeer slecht wegdek. Uiteindelijk bereikten we het centrum en konden we afstappen. Wederom geen echt positieve indruk. Dat veranderde ten goede toen we ’s avonds de stad in liepen. Op diverse plekken is moeite gedaan om archeologische resten, vaak Romeins, te presenteren aan het publiek. Vanochtend scheen de zon en heb ik een wandeling gemaakt en daarbij bleek dat Sofia niet zo lelijk is als ik gisteren bij aankomst dacht. Morgen gaan we richting Istanboel.

IMG_1735[1].JPG
Alexander Nevski kerk in Sofia. Gebouwd ter ere van de 200000 Russen die stierven voor de onafhankelijkheid van Bulgarije in de Russisch Turkse oorlog 1877-78.
IMG_1741[1].JPG
Graffiti in Sofia

3 gedachtes over “Hongaren houden van ijs, Serviërs van grasmaaien

  1. Mooi verslag weer! Op het filmpje zag ik dat je nog steeds op dezelfde manier fietst. Ik kan me er niets bij voorstellen, nu bijna zeven weken bijna elke dag op de fiets. Heb je eerder zo lang achter elkaar gefietst? Ben benieuwd wat het met je doet. Het lijkt me dat het je blik op en beleving van de wereld verandert. Vertel je daar de volgende keer wat over? Take care, Marieke

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s