Aghbai Khaburabot of de oneindige beklimming

Van Dushanbe naar Qal’ai Khumb (spreek uit Kalai Goem) is een afstand van bijna 300 km. Om deze afstand te overbruggen kun je kiezen tussen de zuidelijke en de noordelijke variant. De zuidelijke variant is langer, maar heeft veel minder hoogtemeters. Deze weg is dé keuze voor het vrachtverkeer.

De noordelijke route is populairder onder fietsers. Deze is korter, maar ontzettend veel zwaarder door het slechte wegdek (eigenlijk is er geen wegdek) en de beklimming van de Aghbai Khaburabot, een bergpas op 3252,8 meter boven zeeniveau. Wij besluiten de noordelijke route te nemen.

Het eerste deel van de route

We vertrekken op 17 juli en worden direct overvallen door de hitte. In de schaduw is het ongeveer 38 graden, maar in de zon loopt de temperatuur snel op tot boven de 45 graden. Tijdens een korte stop om wat bij te komen van de hitte, worden we in letterlijke vorm getrakteerd op de lokale gastvrijheid: een auto stopt, de chauffeur stapt uit, snijdt een heerlijke meloen voor ons aan en voorziet dit met de uitleg over de juiste techniek.

Een gulle Tadzjiek voorziet ons van watermeloen

Nog een beetje onwennig en niet helemaal bewust van onze krachten fietsen we die dag te lang door. We belanden in een plaatsje waar volgens Google een hotel zou zijn. Dat is er niet, maar we vinden al snel een ander hotel. De eigenaar/beheerder roept naar z’n vrouw dat er kamers moeten worden klaargemaakt. Iedere kamer heeft een eigen badkamer en een vaste wastafel. Helaas zijn die allemaal niet meer aangesloten. Wat ons overblijft is een gemeenschappelijke badkamer die we delen met de eigenaar en z’n gezin. De kamers hebben geen ventilatie en het is verzengend heet. Een tikkeltje onverwacht in dit land is dat onder het hotel een kroeg gevestigd is met een bierpomp en heel veel andere soorten drank. Bij aankomst worden we al begroet door diverse mannen in kennelijke staat, maar naast de ingang liggen meerdere van hen laveloos in de goot hun roes uit te slapen. s’Nachts wordt hard geschreeuwd op de gang, wat doet vermoeden dat de eigenaar zijn eigen beste klant is en onze kamerbetaling direct heeft omgezet in alcohol.

De volgende dag krijgen Elma en Everhard last van hun ingewanden. Elma slaat zich er dapper doorheen, maar Everhard voelt zich zo slecht dat we na een korte tocht opnieuw onze toevlucht moeten nemen tot een hotel annex restaurant. Het hotel heeft een mooie tuin met aanligtafels in de schaduw, waar we eerst eten en vervolgens de rest van de dag hangen en dutten. De eigenaar heeft een geluidsinstallatie waarvan de boxen zijn opgeblazen, maar dat weerhoudt hem er niet van om ons de gehele dag te vermaken met hits uit de jaren 80 waaronder het volledige repertoire van Abba en Boney M; van de laatste heeft hij 13 albums.

Grotendeels hersteld fietsen we door en na ongeveer 10 km bereiken we een pas op ongeveer 1700 meter. Wat volgt is een lange afdaling die ons bijna 20 km naar beneden voert, maar ook onvermijdelijk leidt tot nieuwe beklimmingen. We belanden in een oase-achtig klein gehuchtje dat aan een zijstroompje ligt van de grote rivier. In dit dorpje zijn twee kleine restaurantjes met klassieke Tadzjiekse ligbedden. Aan de eerste de beste voorbijganger vragen we of we op een grasveldje aan de andere kant van de beek mogen kamperen. Hij vindt het geen probleem, want hij is een Tadzjiekse toerist op doorreis. Opgelucht dat we een slaapplaats hebben nemen we plaats in een van de restaurantjes en bestellen cola en een watermeloen. De toerist loopt met ons mee, maakt duidelijk dat we niet weten hoe we een watermeloen moeten aansnijden, doet het ons voor en betaalt voor ons de rekening. Hij bestelt er voor de goede orde nog wat brood bij.

Meloen en cola met brood van een gulle Tadzjiek

Het is niet de eerste keer dat we worden getrakteerd. Eerder al kregen we meloen aangeboden, maar ook brood, drinkwater, tomaten en komkommers. Overal waar we langs fietsen roepen de kinderen ‘Hello!’. Eindeloos wordt deze begroeting herhaalt en in de dorpjes waar we door komen heeft dit een domino-effect, want uit ieder huis komen kinderen naar buiten gerend die ook een groet willen brengen.

In het idyllische dorp brengen we met enige moeite onze bagage en fietsen naar de overkant geholpen door een aantal ondernemende kinderen die begrijpen waar je een zakcentje kan verdienen. Het stukje grasland is eigenlijk het bezit van een koe en zij laat duidelijk weten dat ze niet gesteld is op vreemdelingen. Met stukken waslijn maken we een barrière waarmee we proberen de runderen buiten te houden. We wassen onze kleren in de beek en hangen deze te drogen. Omdat we het water uit de beek niet vertrouwen filteren we een paar liter zodat we drinkwater hebben maar ook zodat we ons avondeten kunnen bereiden. We hebben in Dushanbe een supermarkt leeggekocht met tal van levensmiddelen die ons door dit eerste deel van de Pamir moeten slepen. ’s Avonds hadden we bedacht om couscous te eten; makkelijk en snel klaar. Een zakje waarvan we dachten dat dit gedroogde groenten bevatte bleek helaas een kruidenmengsel te zijn. In combinatie met de couscous resulteert dit in een substantie die zo droog is dat in vergelijking daarmee zelfs de Sahara nog een vochtige indruk maakt. Om onze monden en kelen weer enigszins te bevochtigen doorwaden we de beek om voor 1 somoni (10 eurocent) een pot groene thee te bestellen in het restaurant.

De volgende dag begint met luid protesterend geloei naast Everhard’s tent. Na de fietsen en de bagage weer door de beek te hebben gesleept hervatten we de route. Deze bestaat uit veel klimmen, en weer dalen, waarbij hellingen van 10% geen uitzondering zijn. Helaas blijkt dat Everhard nog niet hersteld is. We eindigen de dag op een plateau met een indrukwekkend uitzicht boven de rivier en na het nuttigen van wederom een eenvoudige, doch voedzame maaltijd zoeken we snel ons bed op.

Zoals gebruikelijk trekken we veel bekijks

Na een ontbijt van in water gekookte havermout, opgeleukt met gedroogde abrikozen, walnoten en honing stappen we de volgende dag op de fiets. Al na een paar honderd meter merkt Everhard dat fietsen niet gaat en bij een afslag met een politiepost besluiten we dat hij een lift probeert te regelen. Voordat Ab en Elma verder fietsen, rijden ze nog even naar een klein plaatsje verderop om drinkwater en eten te scoren. Het is een detour van 7 km met een klimmetje van 10%, maar de moeite waard. We treffen een dorp dat lijkt te zijn gebouwd volgens Chinese regels. Het is geheel uit beton opgetrokken met brede, vooral lege, allees. Wij krijgen de indruk dat het dorp is gebouwd volgend een vooropgesteld plan en er de mensen zijn geherhuisvest. Langs de route hebben we veel steengroeves gezien die door Chinezen worden beheerd. Maar of één en één twee is…

Na terugkomst bij de politiepost blijft Everhard daar en storten Elma en Albert zich vol goede moed in het volgende avontuur. De weg is slecht, asfalt schaars en de gaten overal, maar de fietstocht gaat voorspoedig. Na vier uur wachten lukt het Everhard om een lift te bemachtigen en wordt de achtervolging ingezet. Ab en Elma worden ingehaald en zwaaien vrolijk naar de auto met de fiets op het dak. Vrij snel daarna vraagt de chauffeur Everhard of hij iets wil eten. Er wordt gestopt bij een huis en voordat hij naar binnen mag wordt met een kan water over de handen gegoten om ze te wassen.

Uitgebreid tafelen in een Tadzjieks huis

Zoals overal in Tadzjikistan trek je je schoenen uit voordat je een huis binnen gaat en ik betreed een kamer bedekt met vloerkleden en iets dikkere matrassen om op te zitten. In het midden van de kamer staan schalen met allerlei zoetigheden, zoals chocolaatjes, maar ook gedroogde vruchten, er staan schotels met schijven meloen, pruimen, honing, pasteitjes en brood, heel veel brood. Natuurlijk wordt thee geschonken, maar er is ook een soort aardbeiensap. Niet lang daarna worden kommen met soep met als centraal thema een flink stuk rundvlees en een flinke aardappel geserveerd. Na het eten vraagt de chauffeur of ik daar wil blijven in plaats van verder te rijden. Omdat Ab en Elma niet ver achter liggen besluit Everhard om van het aanbod gebruik te maken en wordt de eigenaar van het huis gevraagd of we met zijn drieën mogen blijven. Dat mag en even later arriveren Ab en Elma en zetten we onze tent op in de tuin. Bij aankomst hebben zij ook, uitgeput van het vele klimmen en dalen in de hitte, opgelucht en uitgebreid gegeten. Alle schalen en schotels werden nogmaals aangevoerd en samen met de broer van de vrouw des huizes hebben we ons tegoed gedaan aan de lekkernijen. Voor onze tenten wachten we rustig het duister af en bestuderen de leefwijze van het gezin om ons heen. Een geheel zelfvoorzienende boerderij met moestuin en kippen, waar iedereen -jong en oud- zijn taken heeft. Moe van de dag willen we eigenlijk bij zonsondergang in onze tent gaan slapen. Als Elma dat wil vertellen aan de vrouw des huizes is haar vriendelijke maar resolute, niet tegen te spreken reactie: ‘Nee, nee, nee, er moet eerst gegeten worden! Daarna mag je slapen.’ Vijf minuten laten krijgen we een grote schaal Pilav met uien en wortels en een heerlijke tomatensalade. Kogelrond rollen we onze tenten in.

’s Morgens bediscussiëren we hoeveel we deze mensen moeten betalen voor deze onvoorstelbare hartelijke ontvangst. We denken dat we met 200 somoni (circa 20 dollar) ongeveer kunnen compenseren voor deze gastvrijheid, hoewel dat eigenlijk niet kan. Echter wordt het geld niet aangenomen! Wat Elma ook probeert, het antwoord blijft nee! De Mater matuta van dit huishouden is gewoonweg beledigd dat we het zelfs geprobeerd hebben om haar te betalen. Ze geeft aan dat als we eenmaal ‘naar boven zijn gefietst’, op de terugweg moeten stoppen voor meer eten. Vol ongeloof over zoveel gastvrijheid fietsen we verder.

Een bushalte bij Tavildara die doet denken aan een roemrijk Sovietverleden

Tavildara is het laatste grote dorp voor de Aghbai Khaburabot en we gieten ons (althans Ab en Everhard) vol met cola en kopen zakken chips in de lokale winkel. Tien kilometer verder kruisen we de rivier die we al dagen volgen en na nog een paar kilometer gaat de weg naar rechts en begint de oneindige beklimming. Geen enkele meter is vlak; de eerste kilometers bestaan uit steile klimmetjes gevolgd door korte afdalingen, maar nergens kan je even tot rust komen. Het wegdek is grotendeels

Het tweede deel van de route

weggeslagen en wat overblijft zijn grote hoeveelheden stenen en grind. Omdat de snelheid zo laag is, is iedere aanvaring met zo’n steen onvermijdelijk stilstand; je kan er niet overheen. Wederom heeft Everhard het erg zwaar, maar bereikt hij wel de afgesproken plek. Ab en Elma hebben hier op verkenning naar een geschikte kampeerplek een veldje met mooi uitzicht gevonden, net onder de weg. We dineren opnieuw met couscous. Ook een poging tot bakken in olie levert niet een resultaat dat zonder ruime hoeveelheden extra vocht verteerbaar is. Gelukkig daalt de temperatuur ’s nachts naar aangename waarden omdat we inmiddels op 2200 meter zitten en slapen we beter. Nog 1000 meter naar de pas!

Kamperen langs de route

De volgende dag komen we langs de plek waar we in eerste instantie kamp zouden opslaan, een plek waar Everhard zes jaar geleden nog had gekampeerd. Dat bleek zeven pittige klimkilometers te ver voor de vorige dag. Ab en Elma komen hier aan en gebruiken de aanwezige waterbron om de lichaamstemperatuur weer op enigszins comfortabel niveau te krijgen. De koelte bij de bron wordt tevens gebruikt als koelkast voor het carcas van een geit. Everhard komt hier later aan, en concluderend dat hij nog niet in voldoende vorm is, weet hij een autobezitter te overtuigen hem naar de top van de pas te brengen. Ab en Elma fietsen ondertussen gestaag door over een weg die in de afgelopen jaren veel slechter is geworden. De uitzichten zijn fenomenaal, maar je moet er wat voor over hebben. Uiteindelijk

Prachtige vergezichten

bereiken zij met uitzicht op nog met sneeuw bevlekte toppen rond een uur of één de pas en bereiden we een feestmaal met noodles en cup-à-soep. Daarna begint een afdaling van bijna 2000 hoogtemeters over een afstand van 30 kilometer. Tijdens de afdaling worden we (althans Ab en Elma) verrast door het hele andere karakter van het landschap aan de andere kant van de berg. Op de pas groeien niet alleen duizenden bloemen in prachtige tinten paars en geel, maar naarmate we dalen komen de eerste bomen terug in de vegetatie. Naast ons stroomt een beekje waar af en toe nog grote blokken sneeuw boven hangen. Op sommige plekken wonen herders die op de vlakkere delen hun kamp hebben opgeslagen. In een beekje zien we een door het water aangedreven contraptie waarmee de melk wordt gekarnd. Vanwege de overweldigende bloemenzee is het geen verrassing dat overal bijenkasten staan opgesteld. Daarnaast worden we door kloven en langs ravijnen gestuurd die oogverblindend mooi zijn.

Genieten van het uitzicht
Aankomst op de pas

We krijgen pijn in onze handen van het voortdurende remmen, maar ook van de gaten en de keien, en zijn blij als we uiteindelijk beneden aankomen, terug in de 40+ graden hitte. Daar is naast een turquoise rivier een politiepost waar wederom onze papieren worden gecontroleerd. Dit schijnt ook de officiële toegang tot de autonome regio Gorno Badakshan te zijn; de regio waar we een speciale permit voor hebben gehaald. Het gerucht gaat dat deze toegang soms gesloten is en dat een fietser die na 2000 meter te hebben gedaald werd gesommeerd om terug te keren! Wellicht een broodje aap, maar het idee alleen al doet ons huiveren.

Afdalen over slechte wegen, maar door prachtig landschap
Bijna in Qal’ ai Khumb

Zonder problemen mogen we verder en de rivier volgend bereiken we al snel Qal’ai Khumb. We nemen onze intrek in Hotel Roma (What’s in a name?) en zijn dolgelukkig weer in een gewoon bed te kunnen slapen en de lagen stof na zeven dagen van ons af te kunnen douchen. Het avondeten nuttigen we in alle uitbundigheid (geen couscous) op een, in dit dorp gebruikelijk, over de rivier hangend terras. Al snel rollen we kogelrond ons bed in. De afgelopen dagen waren fysiek vooral een aanslag op de gezondheid van Everhard en Elma, maar nu is Ab geveld. Hij hoestte de afgelopen dagen al heel veel, maar nu heeft hij wederom een slechte nacht gehad en ligt koortsig in bed.

De komende dagen staan in het teken van onze verplaatsing naar Khorog. Normaliter zouden we gaan fietsen, maar op het traject zijn over een lengte van 240 km diverse wegwerkzaamheden bezig waarbij de weg delen van de dag volledig is afgesloten. Gedurende bepaalde tijden is de weg open, maar dan moet iedereen tegelijk over de weg met als resultaat dat er een eindeloze file aan auto’s is die tezamen zoveel stof opwerpen dat je elkaar, de weg, maar ook de naastliggende afgrond niet meer kan zien. Daarom gaan we op zoek naar een taxi die ons met onze fietsen naar Khorog kan vervoeren.

7 gedachtes over “Aghbai Khaburabot of de oneindige beklimming

  1. Tjonge! wat een bikkels zijn jullie!!! Ondanks je beroerd voelen met die hitte toch stug doorgaan. RESPECT voor alle drie. Ik hoop dat de lichamelijke ellende snel voorbij is, En cola is inderdaad (eigen bevinding) een topmiddel bij buikkramp- en darmproblemen! Je wilt niet weten wat erin zit, maar het werkt tenminste ;-).
    Ik blijf gekluisterd aan deze blog hoor, want echt prachtig wat jullie onderweg allemaal meemaken. Zet ‘m op!

    Like

  2. Wat weer een fantastisch verslag. Jullie hebben in korte tijd zoveel mee gemaakt.
    Hopelijk knapt Ab gauw op en kunnen jullie allen gezond verder met de reis.
    Prachtig dat jullie zoveel gastvrijheid ervaren.
    Ik wacht vol spanning de volgende avonturen af.

    Geliked door 1 persoon

  3. Wat leuk om op deze manier, comfortabel achter mijn bureau, een beetje met jullie mee te reizen. Respect voor jullie doorzettingsvermogen en beterschap gewenst! Marie-France

    Geliked door 1 persoon

  4. Wat een fantastische tocht maken jullie! Dat het naast mooi en indrukwekkend ook zwaar is, snap ik wel. Ik hoop dat Ab snel opknapt en ik kijk uit naar jullie vervolg. Let’s go en take care!

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie op Mariëlle Reactie annuleren